Sinds 1998 mogen eenden om milieuredenen niet meer naar buiten. Ze leven binnen, zonder zwemwater. Soms krijgen ze stro. Een eend heeft een natuurlijke behoefte aan water: om eten in te zoeken, in te zwemmen, in te poetsen en in te paren. Op betonnen vloeren, met of zonder stro, vervelen ze zich. Ze vertonen afwijkend gedrag en pikken elkaar. Gebrek aan water brengt ook andere problemen met zich mee, zoals evenwichtsstoornissen, pootgebreken en overmatig poetsen. Omdat ze zich niet kunnen wassen komen veel er ziektes voor.
De eenden kunnen behalve niet zwemmen sowieso maar weinig bewegen. In de stallen zitten ze in de eerste drie weken met 15 tot 20 eenden per vierkante meter. Aan het eind van de vetmestperiode is dit teruggebracht tot 5.
Na zeven weken worden de eenden geslacht. Ze wegen dan zo’n 3 tot 3,5 kilo. Een klein deel van de eenden wordt voor de eieren gehouden. Zij moeten in een periode van twee keer 40 weken circa 440 eieren produceren. Daarna worden ook zij geslacht.
De eendenstapel is tussen 2000 en 2005 teruggelopen, maar de laatste tijd neemt deze weer toe. Eendenvlees wordt voornamelijk geëxporteerd, of geserveerd in Chinese restaurants.
Eenden worden in het buitenland ook gebruikt voor productie van foie gras, vervette eenden- of ganzenlever. In ons land mag dit om dierenwelzijnsredenen niet worden geproduceerd, maar wel gegeten en verkocht (zo’n 22.000 kilo per jaar). Voor dit product krijgen de eenden en ganzen twee- tot driemaal daags hun maag volgepompt met maïsbrij. Deze brij wordt via een trechter of buis in de keel rechtstreeks in de maag gepropt.
- In ons land leven 1 miljoen eenden (CBS 2008) in schuren.
- Jaarlijks worden 5 miljoen eenden geslacht.
- Eenden worden geslacht bij zeven weken.
- Ze wegen dan al 3 kilo of meer.
- Ze leven met z’n vijven op een vierkante meter.