vee-industrie houdt in dat dieren als producten worden beschouwd. Ze worden in ‘fabrieken’ vermeerderd, geproduceerd en verhandeld. Zo veel mogelijk en zo snel mogelijk, tegen minimale kosten. Op arbeidskracht, grond en energie moet dus worden bespaard. Daarom worden dieren in minimale ruimtes gehouden, altijd binnen met kunstlicht. De meeste handelingen in het proces worden gedaan door machines zoals melkrobotten, kuikensorteerders, lopende banden, slachtmachines, kuikenvegers, etc..

Dieren worden dicht op elkaar worden gehouden, zonder afleiding. Dit veroorzaakt frustratie, verveling en onderlinge agressie. Om te zorgen dat de dieren elkaar niet teveel schade toebrengen, worden de dieren aangepast aan hun omgeving. Staarten, tanden, snavels, lellen en hoorns worden onverdoofd afgeknipt of zelfs weggebrand.

Ook aan de levensduur van de dieren wordt gesleuteld. Ze worden doorgefokt op snelle groei, zodat ze eerder geslacht kunnen worden. Daardoor zijn er meer ‘slachtrondes’ per jaar mogelijk. De dieren hebben al heel jong een lichaam dat volwassen gespierd is. Door deze groei ontstaan veel gezondheidsproblemen, bijvoorbeeld omdat het eigen skelet dit gewicht nog niet kan dragen. Veel dieren halen op deze manier de slachtleeftijd niet eens, maar dat is economisch acceptabel.

Na het ellendige leven in de stal, is het tijd voor de slacht. In Zuid-Europese landen is slachten enkele centen goedkoper, dus veel dieren worden op dagenlang transport gezet zonder eten, drinken of bewegingsvrijheid. Sommige dieren brengen niet genoeg op bij de slacht. Zij worden vlak na de geboorte al afgemaakt.

Door al deze maatregelen produceren we nu jaarlijks zo’n 450 miljoen dieren in de Nederlandse vee-industrie. Want een kuiken is bij zes weken al klaar voor de slacht. En jaarlijks geeft een koe inmiddels zo’n 8.000 liter melk en legt een kip 230 eieren. In de wetgeving wordt gesproken over kilo’s kip per vierkante meter en tonnen vis per jaar. Deze dieren worden niet meer per stuk geteld. Door de hoge dichtheid en de weggefokte weerstand ontstaan virusepidemieën, zoals MKZ en BSE. De oplossing hiervoor bestaat uit het vernietigen van miljoenen gezonde dieren.

Een kilo vlees kost inmiddels ongeveer hetzelfde als een kilo groente. Maar de vee-industrie staat nog steeds niet stil: om een halve cent per liter melk te besparen worden koeien het hele jaar op stal gehouden. Met een veegmachine hoeven kuikens niet meer met de hand uit de stal te worden gehaald. In grote bassins worden duizenden vissen per kubieke meter gekweekt.
Sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw vindt men het normaal en gezond om elke dag vlees te eten. Maar in 2007 zijn er voor het eerst meer mensen op aarde die aan overgewicht doodgaan dan aan honger.