De moedervarkens (fokzeugen) kunnen in hun individuele kraamhokken maar één stap voor- of achteruit zetten. Groepshuisvesting wordt in 2013 verplicht voor zwangere varkens, maar nu staat nog een derde van de dames hun hele leven lang vast tussen stangen. In drie jaar tijd wordt een zeug gemiddeld zesmaal kunstmatig bevrucht. Ze werpt dan telkens meer dan twaalf biggen die na vier weken bij haar worden weggehaald. Na deze periode is ze versleten en wordt ze geslacht.
De biggen worden in zes maanden tijd vetgemest. Soms ligt het mestbedrijf aan de andere kant van Europa en gaan ze op transport. De mannelijke biggetjes worden enkele dagen na de geboorte gecastreerd. Dit gebeurt sinds 2009 met verdoving, maar aan de napijn wordt niets gedaan. Verder worden de staartjes afgeknipt, krijgen ze een merk in de oren en vaak worden de tandpuntjes afgevijld. Eén op de zes varkens haalt de slachtleeftijd niet eens.
In het mestbedrijf staan de varkens met zo’n tien tot twintig lotgenoten samen in kale hokken. Per varken is tussen de 0,3 en 1 m2 beschikbaar, afhankelijk van hun gewicht. Languit liggen lukt niet altijd. Een varken is intelligent, sociaal en zindelijk, maar heeft geen ruimte om natuurlijk gedrag te vertonen. Zo kan hij ook zijn rustplaats niet van zijn ‘wc’ scheiden. De frustratie en verveling leiden tot agressie en kannibalisme. Na 6 maanden lijden is het slachtgewicht van 80 à 110 kilo bereikt. Dan gaan ze naar de slacht. Dit kan wederom aan de andere kant van Europa zijn, omdat slachten daar iets goedkoper is of omdat men een ander landstempel op het vlees wil.
- Dagelijks zitten 12 miljoen varkens (CBS 2009) weggestopt in Nederlandse schuren.
- Jaarlijks gaan er 13,8 miljoen varkens naar de Nederlandse slachterij (CBS 2009). Ze zijn dan 6 maanden oud.
- 6 miljoen jonge biggetjes worden levend getransporteerd naar vetmest bedrijven in heel Europa.
- Nog eens 6 miljoen varkens gaan naar slachterijen verspreid over Europa.
- Jaarlijks wordt bij 25 miljoen biggetjes onverdoofd het staartje afgeknipt.