De Nederlandse melkkoeien produceren elke jaar ongeveer 800.000 ‘mestkalveren’. Daarbovenop importeren we ook nog 600.000 kalveren ieder jaar om hier vet te mesten. Die komen op verre veetransporten als ze twee weken oud zijn, soms wel helemaal uit Polen.
Al vijf minuten na de geboorte heeft een kalfje een band met zijn moeder opgebouwd. In de natuur zou hij 6 tot 8 maanden bij haar blijven. In de melkindustrie worden ze echter direct bij de moeder weggehaald. Het kalf wordt acht weken lang eenzaam opgesloten, want in die eerste speelse dartelweken heeft het kalf een enorme zuigbehoefte. In een hok met andere kalfjes zouden ze elkaars urine zuigen en daarvan ziek worden. In eenzame opsluiting valt er niets te zuigen of te dartelen.
Na deze acht weken worden de kalfjes in groepen van 4 à 8 in een kleine kale box gestopt. Daar blijven ze in, totdat ze zo’n 6 maanden oud zijn en 230 kilo wegen. Veel mensen eten graag 'blank kalfsvlees. Daarom bevat de kunstmelk die de kalfjes krijgen bijna geen ijzer. Dan krijgen ze bloedarmoede en kleurt het vlees niet normaal rood maar blank. Volgens wetenschappers kan dit allerlei klachten veroorzaken, waaronder lusteloosheid, lagere weerstand, hogere hartslag en stress. Ook longproblemen en diarree zijn veelvoorkomende klachten bij vleeskalfjes.
- 0% van de kalfjes in de vee-industrie kent zijn/haar moeder.
- In ons land zijn momenteel 900.000 kalfjes (CBS 2008). Hiervan heeft driekwart bloedarmoede voor de export van ‘blank kalfsvlees’.
- Jaarlijks worden 1,4 miljoen kalfjes (CBS 2008) geslacht. Ze zijn dan zes maanden oud.