Dikbillen
Dikbillen zijn doorgefokt op een erfelijke afwijking. Deze heeft tot gevolg dat de spieren van deze dieren snel groeien, maar ook dat ze hart- en andere orgaanafwijkingen hebben. Veel spiergroei betekent veel dure biefstuk, de afwijkingen worden als een naar bijverschijnsel beschouwd. Deze dieren kunnen niet op natuurlijke wijze geboren worden: het bekken van de moederkoe is te smal en het kalf te groot. Veel fokkers en dierenartsen voelen zich in het geheel niet bezwaard om dikbilkoeien soms vier bevallingen achter elkaar open te snijden.
Vleesstieren
Op een dieet van krachtvoer en maïs groeien vleesstieren als kool. Na ongeveer achttien maanden zijn ze zo’n 500-650 kilo zwaar. De dieren gaan letterlijk gebukt onder hun enorme eigen gewicht. Ze liggen abnormaal veel, omdat ze voortdurend pijn lijden door beschadiging en zware belasting van gewrichten.
De meeste stieren worden vetgemest op een betonnen rooster in een hok van 3 bij 4,5 meter, waar ze met vijf of zes in gehuisvest zijn. Door hun enorme omvang is er geen ruimte voor beweging. De ruwe roostervloer zonder stro levert vaak pootbeschadigingen op.
Vleeskalveren
Een vleeskalf is een restproduct van de melkindustrie. Deze dieren worden gebruikt voor de productie van blank vlees. Lees hier meer over vleeskalveren.
- Voor de productie van roodvlees worden in ons land 114.000 meststieren en 204.000 vleeskoeien gehouden (CBS 2006).
- Voor blank of rosé vlees houden we 825.000 kalfjes. In totaal zijn er in ons land 1,15 miljoen vleesrunderen.
- Jaarlijks worden 595.000 volwassen koeien geslacht (CBS 2005).
- Een stier van 600 kilo heeft 2,5 m2 aan leefruimte.