De samenleving vraagt steeds vaker aan goede doelen om in kaart te brengen welke neveneffecten – positief of negatief – hun campagnes teweeg kunnen brengen. Hieronder een eerste inventarisatie.
 

Diervriendelijker geproduceerd vlees kan leiden tot koopkrachtverlies

[NEGATIEF] Beter – lees: diervriendelijker – vlees is duurder en dat kan leiden tot koopkrachtverlies voor de consument. Dat is niet populair in tijden van economische tegenspoed. Overigens wordt dit gecompenseerd als supermarkten met andere producten zouden stunten.
 

“Beter” vlees heeft effect op andere duurzaamheidaspecten

[GEMENGD] Hogere consumptie van “beter” vlees betekent dat meer dieren op een diervriendelijkere wijze worden gehouden. Deze dieren leven langer en eten meer, hetgeen een negatief effect op het milieu kan hebben. Maar daar staat vaak weer een lager antibioticagebruik tegenover. Ook is dit vlees wat duurder en dat remt overmatige consumptie.
 

Minder vlees past in een gezond eetpatroon

[POSITIEF] Een dieet waarin minder dierlijke en meer plantaardige producten voorkomen is gezonder, volgens het voedingscentrum. Dit eetpatroon verkleint de kans op bijvoorbeeld hart- en vaatziekten, doodsoorzaak nummer één in Europa.
 

Minder vlees leidt tot een lagere milieubelasting voor de aarde

[POSITIEF] Een lagere consumptie van dierlijke producten betekent dat er minder dieren worden gehouden. Dit leidt tot forse effecten op het gebied van natuur en milieu, want de aarde heeft flink te lijden onder de intensieve veehouderij. Zo betekent minder dieren ook minder mest en minder fijnstof, aanmerkelijk minder CO2-uitstoot en meer natuurbehoud omdat er veel minder grond nodig is voor de productie van veevoer.