Start met prikken tegen de vogelgriep


De kippen kijken amper op als mannen in witte pakken de sprinklerinstallaties hun stal binnen dragen. Ze merken het niet als de staldeuren met purschuim worden dichtgekit. Daarna gaan de machines aan en vult de stal zich langzaam met gas. Het kan wel tien minuten duren voordat de laatste vogel is gestikt, en de grijpmachines komen voorrijden. Dit is wat ze noemen: een humane dood.
Afgelopen weekend waren het 39.000 kippen. Het weekend ervoor 35.000. En zo gaat het al wekenlang. Dit ‘vogelgriepseizoen’ zijn er al twee miljoen kippen, kalkoenen en eenden vergast in de hoop een uitbraak van de vogelgriep te stoppen. Het zijn krankzinnige aantallen, vooral als je bedenkt dat een deel van deze slachtoffers met een simpel prikje voorkomen had kunnen worden. Want ja, er bestaat al een veilig vaccin dat bij kleinschalige proeven uitstekend bleek te beschermen tegen vogelgriep. Op dit moment wordt in Nederland ook op grotere schaal getest. Het onderzoek moet twee belangrijke vragen beantwoorden. De eerste is opnieuw bevestigen dat het werkt. De tweede vraag is hoe de afzetmarkten reageren. Kortom: durven mensen de eieren nog te eten? Spoiler alert: dat heeft u allang gedaan.
Voor het onderzoek werden tienduizend kuikens gevaccineerd tegen de vogelgriep. Hun eieren liggen al een half jaar in de winkel. Toegegeven: op een totaal van 43 miljoen legkippen is de kans dat u zo’n ei heeft gegeten niet zo groot. Al sinds 1997 worden alle kippen in Nederland ook verplicht ingeënt tegen de Newcastle disease, een andere vogelziekte. Tenzij u de trotse bezitter bent van een paar kloeke hobbykippen, eet u al dertig jaar eieren van gevaccineerde kippen. Geen haan die ernaar kraait. Met “afzetmarkten” wordt dan ook vooral de export bedoeld. En daar wringt de schoen.
Nederland is de grootste kippenschuur van Europa. Op een klein oppervlak wonen hier 100 miljoen kippen. Per vierkante meter zes keer zoveel als in de rest van de EU. Het grootste deel daarvan is bestemd voor de export. Het leven van deze kippen is in de meeste gevallen nog veel korter en triester dan de dieren die in Nederland worden verkocht. De plofkip is nooit verdwenen, hij verdwijnt alleen de grens over. Talloze bedrijven maken zich nog steeds schuldig aan dit dierenleed. Het is onbegrijpelijk dat de exportbelangen van juist deze bedrijven zwaar meewegen bij het wel of niet prikken tegen de vogelgriep.
De vogelgriep en de pluimveebranche zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Want hoe gretig de kippensector ook wijst naar overvliegende ganzen en toevallig langs waggelende eenden, het is evident dat de vogelgriep gedijt bij de grootschaligheid van de intensieve veehouderij. Dat is waarom er sinds oktober al twee miljoen dieren werden vergast om een uitbraak te voorkomen. Hoe meer dieren je houdt, hoe meer er moeten worden “geruimd”.
Maar de vogelgriep heeft niet alleen een verwoestend effect op de dieren die worden gedood. Het raakt álle kippen. Voor gebieden met veel pluimvee geldt al vijf jaar een bijna permanente ophokplicht. Zelfs kippen die het geluk hebben bij een biologische boer te wonen, sterven vaak zonder ooit de zon te hebben gezien. Deze waanzin moet stoppen. De snelste manier om dat te bereiken, is met een werkend vaccin. Dat zo’n vaccin de export schaadt is trouwens onwaarschijnlijk: vogelgriep is een wereldwijd probleem. De meeste landen zijn niet bang voor een vaccin, ze snakken ernaar.
In Nederland krijgen we al snel de bibbers als er handelsbelangen op het spel staan. Maar het zijn de zinloze massadodingen die ons de rillingen moeten bezorgen. Wij zijn de grootste landbouwexporteur van Europa. And with great dierenleed, comes great responsibility. Stop met het beschermen van de exportbedrijven waar dieren het meest lijden. Laat Nederland pluimveeland voor één keer het goede voorbeeld geven, en zo snel mogelijk beginnen met prikken.
