vleesrunderen
In twee jaar tijd van vleesrund tot rundvlees

De naam zegt het al: vleesrunderen zijn speciaal bedoeld voor vlees. Ze brengen een groot deel van hun leven door in een krappe stal. Soms op een harde vloer, wat voor ongemak en kreupelheid kan zorgen. Ze krijgen weinig ruimte en worden soms zelfs aangebonden, wat hun bewegingsvrijheid verder beperkt. Dieren die wel buiten komen, hebben een grote kans op hittestress in de zomer door gebrek aan beschutting. Sommige rassen – de zogenaamde dikbillen – groeien extra snel, met extra leed tot gevolg.
- 245.000
vleesrunderen leven in Nederland
- 85%
van de dikbilkalfjes komt ter wereld met een keizersnede
- 1,2 kilo
groeit een vleesstier per dag
Twee jaar en 800 kilo
Moederdieren en jonge kalfjes lopen meestal buiten. Na enkele maanden gaan de stiertjes de stal in; en daar blijven ze. Ze krijgen een dieet van krachtvoer en mais en bewegen weinig. Daardoor wegen ze op tweejarige leeftijd zo’n 800 kilo. Ze zijn dan klaar voor de slacht. En het moederdier? Ook zij gaat na een paar jaar richting stal. Daar wordt ze afgemest tot ze klaar is voor de slacht.

sluit je aan
Meld je aan voor onze e-mailnieuwsbrief met nieuws, acties, successen en tips.
Het verschil in huisvesting
Voor de stallen waar vleesrunderen in leven, bestaan geen richtlijnen. De verschillen tussen stallen zijn dus groot. Zo zijn er runderen die op stro worden gehouden, maar ook dieren die op beton leven. Van een zacht ligbed is dan geen sprake. Daardoor ontstaan eerder problemen zoals kreupelheid en huidbeschadigingen, maar ook verstoord rust- en bewegingsgedrag. De ruimte per dier varieert sterk, maar vaak heeft een stier van vijfhonderd kilo niet meer dan vijf vierkante meter om op te leven.
Wat wil Wakker Dier verbeteren?
- Weidegang voor alle runderen.
- Geef elk rund een betere stal met meer bewegingsruimte en stro.
- Stop het fokken van rassen waarbij keizersneden veel voorkomen.
Dikbilrassen: extra leed
In Nederland vind je vleesrunderen van verschillende rassen. Onder andere Limousin, Piëmontese, Charolais, Blonde d’Aquitaine en de zogenaamde dikbillen: Belgische Witblauwen en Verbeterde Roodbonten. Omdat dikbillen zijn doorgefokt op een erfelijke afwijking, groeien hun spieren extra snel. Dit levert veel dure biefstuk op. Het nadeel hiervan is dat de koeien bijna altijd bevallen met behulp van een keizersnede: het bekken van de moederkoe is te smal voor een natuurlijke bevalling. Na een keizersnede heeft de moeder langer pijn dan bij een natuurlijke bevalling. Bovendien neemt de kans op bloedingen, ontstekingen en verklevingen toe. En dat soms wel vier keer in haar leven.
