In Nederland consumeren we langzaamaan minder vlees en zuivel, maar wereldwijd groeit de consumptie van vlees en zuivel. Dat is onhoudbaar, want de vee-industrie zorgt voor klimaatverandering en heeft een dramatische impact op ons milieu en onze leefomgeving.

Veevoer, veevoer, veevoer

Om vlees en zuivel te produceren is ontzettend veel veevoer nodig. Voor een dagelijkse portie van 100 gram vlees en 800 gram zuivel moet 3.000 gram veevoer worden geproduceerd. Maar liefst 80 procent van alle landbouwgrond op de wereld wordt gebruikt voor de productie van veevoer. Vruchtbare grond die hard nodig is om andere mensen van voedsel te voorzien.

Soja verdringt regenwouden

De koeien, varkens en kippen in de vee-industrie eten vooral veevoer dat van het eiwitrijke soja is gemaakt. Voor steeds meer nieuwe soja plantages worden in Zuid-Amerika enorme stukken tropisch bos verwoest, inclusief alle biodiversiteit. Door bodemerosie en bestrijdingsmiddelen is de grond soms al na enkele jaren niet meer bruikbaar.

Klimaatverandering door de vee-industrie

Jaarlijks stoot één koe net zo veel broeikasgassen uit als één auto die ruim anderhalf keer de aarde rondrijdt. Een koe ‘produceert’ niet alleen vlees en melk, maar ook veel methaan. Dat gas is 21 keer zo schadelijk als CO2. Bij de bemesting van het land komt ook het gas N2O vrij. De broeikaswerking van N2O is 310 keer zo sterk als die van CO2.

Vervuiling van onze leefomgeving

Veel mensen beginnen door te krijgen dat de vee-industrie onze leefomgeving aantast. Nederland produceert jaarlijks 78 miljard kilo mest. De ammoniak en fosfaat uit deze mest vervuilt de bodem en het grondwater. Daardoor verdwijnen allerlei soorten planten, insecten en vissen uit onze natuur. Daarnaast veroorzaakt de vee-industrie 20 procent van al het fijnstof dat longkanker kan veroorzaken.