Supermarkten saboteren hun eigen eiwitbelofte

Supermarkten beweren graag hun steentje bij te willen dragen voor een betere wereld. Ze kunnen best wat minder vlees en zuivel verkopen, zeggen ze zelf. Omdat dat goed is voor de dieren, het klimaat en onze gezondheid. En voor hun imago natuurlijk.
Maar dan komt de eiwithype om de hoek kijken. Steeds meer mensen willen producten met extra toegevoegd eiwit – bijna altijd uit zuivel. Als je geen ‘high protein’ chocoladepudding of vanille-ijs ‘extra rijk aan eiwit’ in het schap zet, doe je niet meer mee. Arme supermarkten. Nou lukt het ze natuurlijk niet om minder dierlijke eiwitten te verkopen. Allemaal de schuld van de klant.
Supermarkten presenteren zichzelf dus als slachtoffer van de eiwithype. Maar zo’n hype ontstaat niet zomaar. Creëren de supermarkten die eiwitgekte niet ook vooral zelf? Met gymfluencers en zwarte verpakkingen worden we bang gemaakt voor een eiwittekort. Maar dat is nergens op gebaseerd. Volgens het Voedingscentrum heb je die producten met extra eiwit helemaal niet nodig. Zelfs niet als je regelmatig sport.
Meer plantaardig
Nederlanders halen nu zo’n veertig procent van hun eiwitten uit plantaardige bronnen, zoals groente, noten, granen en peulvruchten. De Gezondheidsraad wil dat verhogen naar zestig procent omdat het beter is voor de gezondheid van de meeste mensen. Dit is al jaren bekend, ook bij de supermarkten.
Zij verkopen verreweg het meeste van ons eten. Dankzij een campagne van Wakker Dier hebben alle grote supermarkten toegezegd maximaal veertig procent dierlijke eiwitten te verkopen in 2030. Maar wat komt er van die mooie belofte terecht? Green Protein Alliance en ProVeg Nederland meten jaarlijks de voortgang via de Eiweet-methodiek. De resultaten voor 2025 zijn net uit. En ze liegen er niet om: alle supermarkten maken nauwelijks voortgang.
Eiwitmarketing
Geen wonder. De supermarkten maken enorme schappen vrij voor producten met extra eiwit. Vaak is het schap met eiwitverrijkte producten al groter dan dat met plantaardige zuivel. Die eiwitrijke producten zijn ook nog eens bijna drie keer zo vaak in de aanbieding als in 2022. En de supermarkten maar wijzen naar de consument. Want die moet – tegen al deze promotie in – zélf maar kiezen voor minder dierlijke eiwitten.
De zuivelindustrie en de A-merken dan? Die voeden de eiwithype toch ook, met Chocomel met extra proteïne ‘voor na het sporten’ en proteïne chips voor een ‘gezond avondje op de bank’? Uiteindelijk bepaalt de supermarkt wat er in de schappen ligt. Bovendien hebben vrijwel alle supermarkten ook een eigen ‘high protein’ lijn opgezet. Wie zijn huismerkproducten met extra toegevoegd eiwit gretig naast de A-merken in het schap propt, kan toch moeilijk beweren dat ‘ie geen onderdeel is van het probleem.
En alsof dat nog niet genoeg is: producten die worden aangeprezen als ‘eiwitrijk’ zijn gemiddeld 24 procent duurder dan vergelijkbare producten zonder eiwitmarketing. Dat blijkt uit onderzoek van Wakker Dier. Terwijl de kostprijs niet of nauwelijks hoger is. Vaak is het eiwitgehalte verhoogd met extra melkeiwit: een restproduct dat bijna niets kost. Dat klinkt als goede handel.
Makkelijk excuus
Supermarkten jagen de eiwithype fanatiek aan met producten die we niet nodig hebben voor onze gezondheid. Dan verschuilen ze zich achter die hype als excuus waarom er weinig terechtkomt van hun mooie beloftes. Beetje vingertje wijzen naar de consument. En ondertussen lekker wat extra centen verdienen.
De deadline voor zestig procent plantaardig en veertig procent dierlijk – 2030 – komt steeds sneller dichterbij. Als de supermarkten die willen halen wordt het tijd dat ze eens in de spiegel kijken. En eindelijk hun verantwoordelijkheid als grootste voedselverkoper serieus nemen.


