1. Je veroorzaakt minder dierenleed

Een goede manier om dierenleed te voorkomen, is door wat vaker vegetarisch te eten. Als je altijd vegetarisch zou eten, worden gemiddeld 900 dieren niet voor jou geslacht.

2. Je leeft gezonder

Vegetariërs zijn vaak gezonder. Te veel rood en bewerkt vlees kan zelfs tot gezondheidsproblemen zorgen, zoals hart-en vaatziekten, beroertes, diabetes en kanker. Daarom zette de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 2015 bewerkt vlees op de lijst van kankerverwekkende stoffen. Lees meer over de gezondheidsvoordelen.

3. Het is beter voor klimaat en milieu

De veehouderij veroorzaakt wereldwijd 14,5 procent van alle broeikasgassen die vrijkomen door menselijk handelen. Jaarlijks stoot één koe net zo veel broeikasgassen uit als één auto die ruim anderhalf keer de aarde rondrijdt. Voor elke kilo vlees is ontzettend veel water en voer nodig. Voor de productie van dit voer wordt soms tropisch oerwoud gekapt, met het verdwijnen van biodiversiteit als gevolg. Lees meer over de voordelen voor klimaat en milieu.

4. Vegetarisch eten wordt steeds lekkerder

Vleesvervangers worden steeds lekkerder en echter: bij een gehaktballenwedstrijd in 2013 van de Koninklijke Nederlandse Slagersorganisatie werd de derde prijs gewonnen door de gehaktbal van de Vegetarische Slager. De vakkundige jury wist niet dat er een vleesloze bal tussen zat. Verder kun je ook heerlijk koken zonder vleesvervangers; er zijn boekenkasten vol geschreven met vegetarische recepten waarvan het water je in de mond loopt.

Flexitarisme, vegetarisme en veganisme?

Waar flexitariërs vaker vegetarisch eten, laten vegetariërs vis en vlees helemaal staan. Wie wel vis en schaaldieren eet, leeft pescotarisch. Veganisten kiezen ervoor om helemaal geen dierlijke producten te eten of te gebruiken. Of je nu flexitariër, vegetariër of veganist bent… bedankt, namens de dieren!