Een flexitariër eet één of meerdere dagen per week geen vlees of vis. Een vegetariër eet helemaal geen vlees en vis. Wie wel vis en schaaldieren eet, leeft semivegetarisch of pescotarisch. Daarentegen kiezen veganisten ervoor om helemaal geen dierlijke producten te eten of te gebruiken. Vegetarisch eten kent dus niet alleen veel vormen, het kent ook veel voordelen:

1. Je veroorzaakt minder dierenleed

De beste manier om dierenleed te voorkomen, is door vaker vegetarisch te eten. Als je altijd vegetarisch eet, worden gemiddeld 727 dieren niet geslacht.

2. Je leeft gezonder en langer

Vegetariërs zijn slanker en worden ouder. Ze hebben minder last van hart- en vaatziekten, obesitas, diabetes en kanker. Daarom zette de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 2015 bewerkt vlees op de lijst van kankerverwekkende stoffen. Lees meer over de gezondheidsvoordelen.

3. Het is beter voor klimaat en milieu

De veehouderij veroorzaakt vijftien procent van alle broeikasgassen zoals CO2: één koe staat gelijk aan 4,5 auto’s! Voor elke kilo vlees is ontzettend veel water en voer nodig. Om al dat voer te verbouwen, wordt tropisch oerwoud gekapt en verdwijnt de biodiversiteit. Lees meer over de voordelen voor klimaat en milieu.

4. Vegetarisch eten wordt steeds lekkerder

Eerlijk is eerlijk: lange tijd waren veel vleesvervangers niet zo lekker. Maar dat verandert heel snel: bij een gehaktballenwedstrijd in 2013 van de Koninklijke Nederlandse Slagersorganisatie werd de derde prijs gewonnen door de gehaktbal van de Vegetarische Slager. De vakkundige jury wist niet dat er een vleesloze bal tussen zat. Verder kun je ook heerlijk koken zonder vleesvervangers; er zijn boekenkasten vol geschreven met vegetarische recepten waarvan het water je in de mond loopt.